Naarden

Vrouwtje uit Naarden

Vrijdag 9 mei 2014

Er was eens een vrouwtje uit Naarden… Ja, daar kent mijn vriend en collega Paul de Vlieger nog wel een limerick over. Maar aangezien ergens in de tekst ook het vrouwelijk geslachtsdeel en het rijmwoord ‘behaarde’ voorkomt, zal ik u de verdere tekst besparen. Net als die over het vrouwtje uit Urk en de kurk, maar dit terzijde. Vandaag kwamen we een hele keurige mevrouw uit Naarden tegen. Op de fiets, net als wij. Ze ploeterde in haar eentje tegen windkracht vijf, tussen de oneindig lijkende graanvelden van Noord-Frankrijk, op weg naar Compiègne. We hebben haar een tijdje uit  de wind gehouden, maar omdat ze steeds voorzichtigheidshalve vijf meter achter ons bleef rijden, schoot dat niet erg op. Geen pelotonervaring. Ze was op weg naar Santiago de Compostela, maar dan in etappes. In Compiègne zou ze worden opgehaald door haar man. Met de auto. Weer terug naar huis. Om in september weer een stuk van de route te fietsen. Wij gingen te hard, of zij ging te langzaam, dus ergens halverwege het traject namen we afscheid van haar. Toen waren wij al misselijk van de smerigste kop koffie ooit, genoten in een groezelige bar in St. Simon. Kostte nog zes euro ook. Er was tussen de middag een entrecote en een pot bier voor nodig om weer een beetje tot de mensen te komen. Een droge etappe werd het, voor de verandering, met uiteraard wel weer harde wind tegen. Maar in de middaguren konden zelfs de beenstukken uit. Verder dan Compiègne (90 kilometer) zijn we niet gegaan, maar het vrouwtje uit Naarden mochten we niet meer ontwaarden.

 

Door op een foto te klikken kom je in de serie.

 

 

 

Advertenties

Routeboekje

Routedrama

Zaterdag 10 mei 2014

Routedrama1Je zult de St. Jacobsroute toch alleen op het boekje van Clemens Sweerman moeten rijden. Man, wat een ellende is dat. Ja, dat zeiden we de eerste dagen tegen elkaar, als we weer een paar van die pelgrims op een straathoek gebogen zagen over aanwijzingen als ri centrum, kp Hoogstraat, hekje brug (Spaarne) kp stop!, nou ja en zo verder. We reden ze lachend voorbij, met de route op de Garmin aan het stuur. Alleen de laatste paar dagen gaat het ding wel eens in de fout, stuurt ons terug op plekken waar het niet nodig is, bouwt soms een rare omleiding in, zodat we op cruciale punten toch even in het boekje checken of alles nog naar wens gaat. Vanmorgen liet het ding ons bij het vertrek uit het hotel in Compiègne al in de steek. Maar geen probleem, de papieren versie zat in mijn stuurtas, rijden maar.
Na vijf minuten begon de beloofde regen, eerst zachtjes, toen met bakken uit de hemel, maar wij ploeterden voort, door eindeloze graanvelden, spuuglelijke dorpjes met gedrochten van mensen, op weg naar Clermont, waar we even gingen uitdruipen en lunchen in een pizzeria. ‘Laat mij de route eens bekijken?’, zei Edwin, toen we eenmaal uitgepeld aan tafel zaten, en hij bladerde naar pagina 27 om het paarse lijntje vanaf Compiègne te volgen. ‘Nee, je moet pagina 50 hebben’, reageer ik automatisch, want de afgelopen dagen heb ik al verschillende keren gezien dat onze route daar verder gaat. Op pagina 27 begint de enorme bocht om Parijs heen, richting Chartres, voor de rustzoekers die de drukke Franse hoofdstad willen mijden. En op hetzelfde moment realiseer ik me dat we al drie uur de verkeerde kant op fietsen. Wind tegen, in de hoosbuien, over venijnige heuvels, door oneindig saailand. Dat krijg je, als het overzicht in het boekje van Clemens Sweerhof niet meer biedt dan de volgende 20 of 30 kilometer per pagina.
Edwin ligt dubbel. En blijft dubbel liggen. Maar ik laat chagrijnig de helft van mijn pizza staan – opeens geen trek meer – en haal mijn laptop uit de fietstas, om op de routeplanner de schade te overzien. Doorrijden via deze route naar Chartres levert ons nóg veel meer kilometers op, en geen Parijs. Dus er zit niks anders op dan een stukje terug te fietsen over dezelfde weg en dan een schuine oversteek maken naar onze oorspronkelijke route. Een omweg van zestig kilometer. Maar gelukkig regent het nog aan één stuk door, hebben we nog steeds wind tegen en variëren de hellingen hier van 8 tot 16 procent. Wat een rustig dagje met 76 kilometer op de teller zou moeten worden, zijn er opeens 112, en dan zijn we nog 30 kilometer verder van Parijs gestrand dan we van plan waren. 
Maar, om toch positief af te sluiten, verder was het een fijne dag.

Routedrama2

Parijsborat

 Zondag in Parijs

Zondag 11 mei 2014

Het is dat we er niet voor open staan, maar anders zouden we elke dag wel een paar keer verkering kunnen hebben. Met twee leuke Amerikaanse meisjes op een terras, die het maar wat ‘amazing’ vinden dat twee mannen van zekere leeftijd zomaar van Nederland naar Spanje fietsen. Of met een rossige Amerikaan, die eerst een paar keer verlegen rond onze fietsen drentelt, en dan bekent dat hij de enige niet-Nederlander met een Santos-bike is. Of met een mevrouw – wij vermoeden de zus van Borat – uit Kazachstan, die we voor de Notre Dame op het zadel van mijn fiets moeten helpen waarna haar man dit beeld met een iPad vastlegt. Zijn wederhelft gilt erbij als een Japanse pornoster, zo mooi vindt ze het allemaal.
En dat terwijl wij naar Parijs kwamen voor de andere bezienswaardigheden. Zo’n zondag op de fiets in de Franse hoofdstad is goed te doen. Zelfs de weg ernaar toe is mooi: bijna twee uur rijden we langs het Canal de l’Ourcq dat ons bijna op het Place de la Republique – aan de rand van het centrum – afzet. Joggend Parijs gebruikt de lommerrijke paden aan weerszijden van de waterverbinding om hijgend en rochelend de nieuwe week te beginnen. Maar één keer hoeven we in het regenpak om een wolkbreuk te trotseren; de andere hoosbuien duren niet langer dan een paar minuten wachten in een portiek of onder een boom. Daarna breekt de zon weer door. Over fietspaden, voetpaden, parkstroken en grasvelden, tegen het verkeer in, met de stroom mee – het maakt ons allemaal niet uit – rijden we in hoog tempo de belangrijkste attracties af: Centre Pompidou, Notre Dame, Eiffeltoren, Dôme des Invalides, de brug met de slotjes en nog zowat van die reisgidsklassiekers.
En overal waar we stoppen voegen we voor toeristen, dagjesmensen en autochtonen met onze aanwezigheid wat toe aan de schoonheid en aantrekkelijkheid van de stad.

(Ja, als ik niet meer mag zaniken over 760 kilometer met windkracht 5 tegen, gooi ik het maar over een andere boeg.)

IMG_1702-002

 Spanje onder Parijs

Maandag 12 mei 2014

Direct onder Parijs wordt het al een beetje Spanje. Mijn rentenierende vriend is ervan overtuigd. Niet alleen door het hogere klaproosgehalte op de muurtjes. Nee, hier kunnen ze het mengelmoesje van 70 procent Spaans, 20 procent Nederlands en 10 procent Frans waarvan hij zich bedient, opeens uitstekend verstaan. De ober in het grand-café van Montrouge is de eerste met wie hij een linguïstische klik heeft. En zo’n zeventig kilometer zuidelijker, in Arpajon, overkomt hem precies hetzelfde. En wat zo mooi is? Bij de bar-brasserie houden ze de Spaanse gewoonte van het lunch-menu del dia aan. Drie gangen naar keuze, met een flesje wijn erbij. Hij zit warempel helemaal te stralen, tegenover me. Zelfs zijn handen worden warm en dat was buiten – met tien graden – wel anders. We zijn die ochtend Parijs letterlijk uitgedwaald, tevergeefs op zoek naar het begin van een betrekkelijk nieuw fiets-voetpad dat ons helemaal tot in Massy-Palaiseau zou moeten voeren, 16 kilometer verderop. We rijden rondjes op de grootste begraafplaats ter wereld – nou ja, zo voelt het althans – kijken links, kijken rechts, maar nergens een fietspad. Op eigen kracht lukt het uiteindelijk ook, al rijden we op een gegeven moment wel op de vluchtstrook van een vierbaansautoweg waar het verkeer met 120 kilometer per uur langs ons heen raast. Maar ook dat komt goed. We pikken de route weer op en volgen nu nauwgezet de uitgeschreven aanwijzingen van Clemens Sweerman uit het St. Jacobsfietsrouteboekje, want de Garmin maakt er weer een zooitje van. Dat gaat wel iets minder vlot, maar we hoeven vandaag toch niet zo ver. Naar Etampes voert deze etappe, halverwege Parijs en Orléans. De dorpjes worden mooier, het landschap lieflijker en gevarieerder, het weer beter. En voor de driegangenlunch met wijn rekent mijn rentenierende vriend 13 euro per persoon af. Bijna Spaanse prijzen, glundert hij.

 

P1040541-001

Duim omhoog

Dinsdag 13 mei 2014

Beroepshalve ken ik weinig schroom, maar privé ben ik een rustige, bescheiden jongen die het liefst op de achtergrond verkeert. Als er iets misgaat, lijd ik in stilte, of laat het mijn vrouw oplossen. Nu heb ik mijn rentenierende vriend bij me, die onderhandelt met hotelbazen, de kleine kas beheert en elk levend wezen dat ons pad kruist bij de conversatie betrekt. Hij heeft een voorkeur voor bedienend personeel van de andere sekse, waarmee hij opzichtig flirt of in zijn eigen Esperanto een praatje aanknoopt. Ik probeer dan meestal ergens onder de tafel te kruipen. Vandaag gebaarde hij tijdens de lunch omstandig naar een serveerster in een restaurant in Artenay, die de duim van een bouwvakker deskundig verbond en hem daarna met een kus weer naar buiten zond. ,,Hij heeft ook een zere duim”, maakte hij met internationaal geaccepteerde gebaren duidelijk, waarbij hij nadrukkelijk naar mij wees. Dat klopt. Vlak voor vertrek heb ik de binnenkant thuis verbrand aan de oven en de plek stoot ik elke dag wel een keer open totdat er een bloederige wond ontstaat. Ik heb er niet veel last van. De pleister die ik erop plak, is doorgaans al binnen een uur verdwenen, waardoor ik in heel Noord- en Midden-Frankrijk bloedsporen achterlaat op hotellakens en -handdoeken, servetten en tafellinnen. Vandaag zijn we vanuit Etampes in Artenay beland na een – voor ons – in vliegende vaart verlopen rit, met de wind schuin achter. Onderweg haken we aan bij medepelgrim Jan uit Soest, die in zijn eentje stug doorfietst en niet zo uitgebreid koffiedrinkt en luncht als wij, waardoor we hem wel een paar keer op een dag achterop fietsen. Iets meer dan negentig kilometer leggen we af naar Orléans, de poort van de Loire. Terwijl Jan ergens in de berm een sober boterhammetje nuttigt, doen wij ons weer tegoed aan een driegangenmaaltijd met een flesje wijn. En wordt mijn duim eerst met liefde schoongemaakt met een watje en jodium en krijg ik er daarna, met net zoveel zorg, een wit zwachteltje om. ,,En nu nog een kus!”, roept mijn vriend, gelukkig in het Nederlands. ,,Wat is Frans voor kus?” Maar toen zat ik al onder de tafel.

 

IMG_1768-002

Fawlty Towers

Woensdag 14 mei 2014

Ibis-ToursDenk maar niet dat we er zijn, als we na een slopende etappe het einddoel van die dag bereiken. Soms hebben we nog geen hotel gereserveerd omdat we niet kunnen inschatten hoe zwaar het is, en hoe ver. In die gevallen rijden we eerst doelloos rond in het centrum, in de hoop ergens op een lichtreclame van een logiesverstrekker binnen ons budget te stuiten. Vandaag, in Tours, was dat gemakkelijk. Bij de kathedraal ontmoetten we een Nederlands echtpaar. In welk hotel logeren jullie?, vroeg mijn rentenierende vriend. Kijk, dan weet je meteen wat. Maar andere keren duurt het een half uur tot een uur voordat we iets van onze gading vinden. Ook als we wél hebben gereserveerd, gaat het niet van een leien dakje. Soms halen we de bestemming niet, vanwege slagregens, harde wind tegen of ander ongemak. En moeten we vanuit de concurrent annuleren, al dan niet met extra kosten. En als we het wél halen, kan er ook nog van alles misgaan. We kunnen het (eerst) niet vinden of staan – zoals gisteren, in Orléans – voor de deur van een ander hotel dat toevallig (?) op precies hetzelfde adres (echt waar!) in dezelfde stad zit, maar wel een paar kilometer verderop.
Om in te checken hebben we altijd dezelfde routine: ik waak buiten bij de fietsen, Edwin gaat naar binnen (met mijn ID-kaart, want ik heb vaak gereserveerd) om de formaliteiten af te handelen, te vragen waar we de fietsen kunnen stallen, of we twee bedden kunnen krijgen, wat de code van de wifi is, en meer van die  fijne weetjes. Gisteren – bij het verkeerde hotel in de verkeerde straat in de goede stad – kwam hij na vijf minuten ook nog mijn iPhone halen, om de receptionist van het verkeerde hotel er met de reserveringsbevestiging toch nog van te overtuigen dat we op de goede plek waren. Daarna dropen we af, naar de concurrent, die we na enig zoeken inderdaad vonden, om er daar achter te komen dat mijn ID nog bij de receptie van het vorige hotel lag. De tassen konden we bij het goede hotel achterlaten, daarna op de fiets naar het verkeerde hotel voor mijn ID. Toen terug naar het goede hotel, waar we van een zo uit Fawlty Towers weggelopen manager te horen kregen dat we onze fietsen konden stallen in een openbare parkeergarage, een paar kilometer verderop. Daar aangekomen, bleek ons hangslot nog in de tassen te zitten die al in het hotel stonden.
Nee mensen, dat u niet denkt dat dit vakantie is.
Vandaag overigens wel heerlijk gefietst, van Orléans naar Tours, lekker vlak langs de Loire, windje schuin in de rug, bijna 130 kilometer. Maar hier, in het Ibis Tours Centre, bleek ons kamerpasje eerst niet te werken (weer vier etages naar beneden), hadden we gedoe met de wifi en lag er maar één handdoek in de badkamer.
Vergeleken met gisteren was dat klein bier, inderdaad.

FotocolumnJacobsroute01

Valse pelgrims

Column uit de dagbladen van HDCmedia van 15 mei 2014

Uren, dagen of, in ons geval, weken op de fiets stellen je in staat om met een zekere distantie naar jezelf te kijken. Daar is zo’n pelgrimstocht ook voor. Dat stemt niet altijd vrolijk. Wat zie ik? Een man van zekere leeftijd van wie de belangrijkste levensader van teflon is, vergezeld door een vriend met een liesbreuk die zo nodig 2500 kilometer door Nederland, België en Frankrijk moeten trappen. Ja, er gaan rare kostgangers naar Santiago de Compostella.
Ruwweg kun je de fietsers op de Sint Jacobsroute in twee categorieën opdelen. De plezierrijders en overtuigde pelgrims, die iets met zichzelf, de wereld of de opperwezens hebben te verhapstukken. Wij behoren duidelijk tot de eerste groep, al kennen wij in onze eerste week van 732 kilometer ook genoeg momenten van loutering. De weergoden maken het ons niet gemakkelijk. Na een zonnige eerste dag in Nederland, krijgen we de wind met kracht vijf tegen en leggen we uren af in onze fancy regenpakken.
Een diep medelijden bekroop mij vroeger altijd, als ik – vanuit mijn auto – zwaar bepakte fietsers naar onbekende bestemming zag ploeteren. En dat is terecht, weet ik nu. In onze Hel van het Noorden mijden we de uitgesleten klinkerwegen van Parijs-Roubaix, maar de dagtochten langs onder de elementen buigend graan, door afzichtelijke gehuchten met inwoners die zo lijken weggelopen uit de afleveringen van ‘Gênante Lijven’, gaan ons ook niet in de koude kleren zitten.
Maar wij zijn geen echte pelgrims omdat onze tocht helemaal niet naar Santiago voert, maar eindigt onder Valencia, bij het huis van mijn rentenierende fietsvriend. En de mevrouw uit Naarden die we onderweg tegenkomen, is het al evenmin. Zij rijdt de route in etappes. Een paar honderd kilometer in deze maand mei. En dan in september weer een stuk. Ze laat zich in Compiègne ophalen door haar man.
Wij zijn ook geen pelgrims omdat we de nacht niet doorbrengen op de camping of in lawaaierige hostels, waar devote Santiagogangers samenklonteren. Wij zoeken ’s avonds op internet een fijn hotel uit voor de volgende nacht, lunchen tussen de middag met een flesje wijn in een streekrestaurant en doen ons in de avonduren eveneens tegoed aan lokale specialiteiten.
Pelgrim Bart uit Baarn, die we per dag wel een paar keer achterop fietsen omdat wij sneller rijden en hij zich niet overgeeft aan culinaire uitspattingen, gruwt van deze valse pelgrims. Hij heeft een tentje met het Santiagovlaggetje en de Jacobsschelp achterop zijn volgestouwde rijwiel. De tocht is voor hem een loutering, vertelt hij, om los te komen van de nijd en de boosheid om het bestaan.
Hij zwijgt, en wij vragen maar niet verder.
Het moet wel gezellig blijven.